*
iedere donderdag om 21.10 uur op NPO 2

Video: 'Bijengif' veel schadelijker dan gedacht, onderzoek wordt genegeerd

Leestijd: 3 minuten

Een studie die aantoont dat een berucht bestrijdingsmiddel veel schadelijker is dan gedacht, wordt niet meegenomen bij de lopende herbeoordeling. Het gaat om het middel thiacloprid. Uit recent veldonderzoek van de Universiteit Leiden bij watervlooien blijkt dat dit gif 2500 keer giftiger is dan tot nu toe werd aangenomen op basis van laboratoriumstudies.

Kijk de video:

Op dit moment vindt op Europees niveau een zogeheten herbeoordeling plaats. Maar de Leidse studie wordt niet meegenomen in de beoordeling door het EFSA, de Europese voedsel- en warenautoriteit, zo blijkt uit onderzoek van ZEMBLA. De Leidse onderzoekers hebben hierover vandaag aan de bel getrokken bij het CTGB, het college dat in ons land gaat over de toelating van bestrijdingsmiddelen.

Ze willen ‘met spoed extra data aandragen’ voor de herbeoordeling. Volgens onderzoekers van de Universiteit Leiden is het ‘noodzakelijk’ dat de nieuwste, alarmerende wetenschappelijke inzichten worden meegenomen bij de herevaluatie. Het is volgens professor Vijver ‘vrijwel niet mogelijk om dit middel te gebruiken zonder ecologische schade aan te richten’.

Europees besluit nog niet genomen
Het CTGB stelt tegenover ZEMBLA op de hoogte te zijn van de Leidse studie. Volgens het CTGB kan de studie, ‘gelet op het moment van publicatie niet meer meegenomen worden in het beoordelingsproces’. Het onderzoek van professor Martina Vijver is gepubliceerd op 28 maart 2018. Formeel sloot de termijn voor inspraak diezelfde maand, maar de uiteindelijke beslissing over de Europese toelating is nog niet genomen. Nederland moet formeel nog een standpunt innemen. Lidstaten hebben de mogelijkheid om relevante studies alsnog in te brengen.

Als een fabrikant een nieuw bestrijdingsmiddel op de markt wil brengen, moeten er eerst laboratoriumstudies worden gedaan, onder meer om de schadelijkheid voor het ecosysteem te bepalen. De Leidse onderzoekers hebben gekeken of er verschillen zijn tussen dergelijke laboratoriumtesten en testen in een zogeheten ‘levend lab’. In een nagebootste minipolder aan de rand van Leiden zijn watervlooien blootgesteld aan thiacloprid. Buiten, in het echt, blijkt de watervlo 2500 keer gevoeliger voor hetzelfde gif dan binnen, in een laboratorium.

Dit komt volgens professor Vijver omdat insecten in het echte leven te maken hebben met allerlei stressfactoren, zoals extreme weersomstandigheden, roofdieren en een tekort aan voedsel. Dieren zijn dan extra kwetsbaar voor gif. Dit zou een van de verklaringen kunnen zijn waarom de biodiversiteit zo onder druk staat, stelt Vijver. De verschillen in gevoeligheid van thiacloprid is bij twee insecten en twee kreeftachtigen getest. Ook bij waterjuffers blijkt het gif veel schadelijker, blijkt uit zeer recente metingen.

Veiligheidsfactoren zijn onvoldoende
Dit onderzoek laat zien dat met laboratoriumstudies de risico’s voor het ecosysteem niet goed ingeschat kunnen worden. Vijver spreekt van een ‘enorme versimpeling’ van de werkelijkheid. Toch is de huidige toelating van bestrijdingsmiddelen wel grotendeels op deze testen gebaseerd. De veiligheidsfactoren die worden gehanteerd, zijn onvoldoende, aldus Vijver.

Thiacloprid behoort tot de beruchte neonicotinoïden. Deze groep bestrijdingsmiddelen is zeer omstreden omdat het bijen doodt.  Drie vergelijkbare middelen zijn inmiddels verboden, waaronder imidacloprid. Terwijl thiacloprid nog gewoon gebruikt mag worden.