*
iedere woensdag om 21.15 uur op NPO 2

Slachtoffer seksueel misbruik sleept Congregatie van de Heilige Geest voor de rechter

Kloostergemeenschap geeft toe: in jaren ’60 'geen adequate maatregelen' tegen misbruikende pater

Leestijd: 8 minuten

“Ik dacht altijd dat ik het enige ventje was en durfde er met niemand over te spreken.” Arnold-Jan P. werd in het schooljaar 1964-1965 als elfjarige op het kleinseminarie van de Congregatie van de Heilige Geest in Weert ernstig seksueel misbruikt door de inmiddels overleden pater Jozef Strik. Ruim vijftig jaar later sleept hij de hele congregatie voor de rechter. Uit bewijsstukken in handen van ZEMBLA blijkt dat de kloostergemeenschap wist van het misbruik door pater Strik. Maar het instituut keek weg.

Door het meldpunt van RKK zijn de afgelopen jaren zeven klachten gegrond verklaard van misbruikslachtoffers tegen pater Strik in de zestiger jaren. In totaal heeft de Congregatie van de Heilige Geest na dertien klachten smartengeld moeten uitkeren, een totaal van 376.500 euro aan compensaties. Dat blijkt uit het eindrapport van het Meldpunt Seksueel Misbruik RKK.

'Ik had niet het volgende slachtoffer hoeven worden'
Arnold-Jan P. verbleef als elfjarige één schooljaar op het internaat. In dat schooljaar, 1964-1965, misbruikte de pater hem ongeveer vijftien keer. “Ik was zo bang, dat ik niet meer durfde te douchen en me alleen waste met een bakje koud water”, herinnert Arnold-Jan zich.

Voor hem staat vast dat Strik al een andere jongen misbruikte voordat hij zelf slachtoffer werd van de pater en dat de congregatie hiervan wist. Dat blijkt uit een mailwisseling die hij met het betreffende slachtoffer had. Die realisatie vindt Arnold-Jan P. ‘nog wel het ergst’. “Ik en andere jongens hadden niet het volgende slachtoffer hoeven worden.”

 De congregatie erkent in een brief aan slachtoffer Arnold-Jan dat de pater in de zestiger jaren ’gepakt’ is voor seksueel misbruik. De congregatie biedt hierin excuses aan en geeft toe dat er destijds 'geen adequate maatregelen zijn genomen tegen Strik en hem dus de mogelijkheid is gegeven om in herhaling te vervallen'.

Congregatie deed geen aangifte
De pater werd gesnapt op het pensionaat Sint Louis in Weert, waar hij ook lesgaf. In de brief van januari 2015 aan Arnold-Jan P., zegt J. Gordijn van de congregatie dat na vijftig jaar niet meer exact is vast te stellen of dit voorval voor of na het misbruik van P. plaatsvond.

J. Gordijn van de congregatie zegt in de brief: "Alles naast elkaar leggende kan het inderdaad zijn, dat wanneer Strik zijn verdiende straf had gekregen en er passende maatregelen waren genomen, jou niets was overkomen."

De pater vergreep zich hierna aan nog meer jongens. Misbruikgevallen die naar alle waarschijnlijkheid voorkomen hadden kunnen worden als er was ingegrepen.

Maar dat gebeurt niet. Nadat hij was betrapt, werd pater Strik zes weken op retraite gestuurd en kreeg een tweede kans. Hij bleef docent Klassieke Talen en leerlingenbegeleider bij het kleinseminarie van de Congregatie van de Heilige Geest. Terwijl in de jaren ’60 een aangifteplicht gold bij misbruikzaken, stapte de congregatie niet naar de politie. Dat blijkt uit een mail die een ander slachtoffer ontving van een voormalig pater en docent van het internaat in die tijd.

Maximale schadevergoeding
De commissie die misbruikzaken binnen de katholieke kerk bestudeert en beoordeelt, heeft het misbruik door pater Strik erkend. Slachtoffer Arnold-Jan P. kreeg 100.000 euro smartengeld via de compensatieregeling en bemiddeling. Het is de maximale vergoeding. Maar de schade is volgens hem veel hoger.

Arnold-Jan P. voert nu een rechtszaak tegen de congregatie. Vooral omdat de paters het misbruik in zijn ogen mogelijk maakten door niet in te grijpen tegen Strik.

"De wetenschap dat de congregatie wist van eerder misbruik maar niks deed, zit hem enorm in de weg. Dat de congregatie verantwoordelijkheid neemt is heel belangrijk voor mijn cliënt. Het is een principiële zaak en die moet gevoerd worden", aldus zijn advocaat Liesbeth Zegveld.

Het begon in de hobbykelder
P. was 11-jaar oud toen hij door zijn ouders op het kleinseminarie in Weert werd geplaatst. De jongen had veel last van heimwee en als afleiding bracht hij veel tijd door in de hobbykelder van het internaat. Die stond onder leiding van pater Strik. De pater troostte de jongen door hem te strelen en te knuffelen. "Dat ging geleidelijk aan over in het betasten van eiser en tegen hem aanrijden", is te lezen in de dagvaarding.

Daar stopte het niet. Strik vroeg de jongen mee te komen naar zijn kamer. Daar trok de pater zijn toog open en droeg de jongen op hem oraal te bevredigen. Arnold-Jan wist zich los te rukken en kwam nooit meer in de hobbykelder. Maar het misbruik ging door. De pater zocht de elfjarige ’s nachts op in de slaapzaal. De kleine kamers waren slechts afgesloten van elkaar door gordijnen. Daar nam hij het geslachtsdeel van het kind in de mond en penetreerde de jongen anaal met zijn vinger.

Het misbruik maakte dat Arnold-Jan zich vies en eenzaam voelde:

Arnold-Jan: "Je bent bang van iedereen, achterdochtig en je sluit je af."

De jongen schreef brieven aan zijn ouders waarin hij smeekte naar een andere school te mogen. Het misbruik verergerde, maar Arnold-Jan durfde zijn ouders er niet over te vertellen. Doordat uiteindelijk voor zijn ouders duidelijk werd dat er iets goed mis was, mocht Arnold-Jan na een psychologische test het internaat verlaten. Hieruit bleek dat hij beter niet in een ‘mannenomgeving’ zoals een internaat kon opgroeien. 

 Fragment uit de brief die de elfjarige Arnold-Jan aan zijn moeder schreef:

Gevolgen zijn groot
Arnold-Jan kwam op een normale middelbare school terecht. Maar de gevolgen van het misbruik blijken groot. “In de periode na het misbruik heb ik me enorm afgezet tegen mijn ouders en school. Ik ging naar een andere school, moest van het gymnasium af en zakte de eerste keer voor mijn eindexamen HBS. Al met al kon ik vier jaar later pas beginnen met geld verdienen als tandarts”, vertelt Arnold-Jan.

In de 25 jaar daarna sprak hij nooit met iemand over het misbruik en ‘blokkeerde hij relaties’.

Arnold-Jan: "Ik heb het alleen aan mijn vrouw verteld toen ik haar ontmoette in 1998. Ik was toen al 40 jaar oud."

Met haar krijgt hij twee kinderen.

Stoppen sloegen door na 50 jaar
In 2014 gaat het goed mis. “Alles kwam naar boven toen ik een uitnodiging kreeg voor een reünie van het internaat.” Er zaten twee brieven bij de uitnodiging van andere oud-leerlingen. Ze maakten in de brieven bekend dat ze misbruikt waren door pater Strik.

Arnold-Jan: "Toen sloegen bij mij de stoppen door. Ik ging na 50 jaar compleet voor de bijl als rationeel mens. Ik dacht altijd dat ik de enige was."

Andere slachtoffers
De commissie van de RKK compenseerde nog zes andere slachtoffers van Strik. De verslagen en de verklaringen van andere slachtoffers van Strik zijn als bewijsmateriaal opgenomen in de dagvaarding.

Volgens advocaat Liesbeth Zegveld blijkt eruit dat de congregatie niets deed met duidelijke signalen: "Het beeld dat ontstaat als men de klachten gezamenlijk bekijkt is schrikbarend. Strik heeft gedurende minimaal negen jaar regelmatig, wellicht zelfs wekelijks, kinderen alleen mee naar zijn kamer genomen. De kinderen vertoonden na het misbruik, opvallend gedrag. Spijbelen, achteruitgang in de prestaties, tot aan een zelfmoordpoging."

Uit één van de uitspraken van de klachtencommissie blijkt dat een jongen anaal werd verkracht door de pater en daarna is gedwongen hem oraal te bevredigen. De jongen beet in het geslachtsdeel van de pater en rende de kamer uit. In de dagvaarding staat beschreven wat vervolgens gebeurde:

"Hij kwam een broeder tegen op de gang die hem een zalfje gaf om op zijn anus te smeren. Daarmee was de kwestie afgedaan."

‘Ik kon niets meer’
Nadat Arnold-Jan de brieven van de andere slachtoffers ontving, stortte hij in. “Ik kon niets meer. Ik dacht dat ik een burn-out had, maar bij de psycholoog bleek dat ik door het misbruik een posttraumatische stressstoornis heb.” P. kon minder werken en zijn klantenbestand van de tandartspraktijk niet verder uitbouwen. Zijn advocaat Liesbeth Zegveld heeft middels een schadebureau zijn totale financiële schade laten berekenen.

Zegveld: "Die bedraagt 668.367 euro, inclusief de studievertraging. Daar komt nog 50.000 euro bij aan immateriële schade."

Met een rechtszaak stelt slachtoffer Arnold-Jan nu de congregatie aansprakelijk voor de financiële schade die nog niet is betaald. Omdat het misbruik meer dan vijftig jaar geleden plaatsvond bestaat de mogelijkheid dat de kloostergemeenschap een beroep doet op verjaring. Maar advocaat Zegveld denkt dat als een rechter alle omstandigheden bekijkt en alles afweegt, verjaring niet aan de orde zal zijn.

"Mijn cliënt kwam pas de afgelopen jaren achter de rol van de congregatie. Hij was het zoveelste slachtoffer in een rij en het had niet hoeven gebeuren. Dit is veel vaker gebeurd en dit speelt bij de kerk op wereldniveau. Het komt door het instituut dat de andere kant op kijkt. Juist bij deze zaak stellen we dit aan de orde. Het is lang geleden, maar het bewijs ligt er gewoon."

Reactie congregatie
ZEMBLA heeft de congregatie om een reactie gevraagd. "We gaan er niet op in, zolang het bij de rechtbank ligt", luidt de reactie van de kloostergemeenschap.

Alle volledige namen en stukken zijn in het bezit van Zembla.