*
iedere woensdag om 21.15 uur op NPO 2

Schoonmaakwoede

Leestijd: 3 minuten

Ze doen het werk dat niemand graag doet: schoonmaken. Het is smerig en zwaar werk tegen een laag salaris. Schoonmakers komen niet snel in opstand, maar nu hebben ze er genoeg van. Bijna negen weken staken ze voor een betere toekomst, de langste staking in Nederland sinds 1933. Daarmee trotseren ze de grote schoonmaakbedrijven, die onderling verwikkeld zijn in een moordende concurrentiestrijd. De staking is nu voorbij, maar de problemen in de schoonmaaksector zeker niet.

In de ZEMBLA-aflevering Schoonmaakwoede’, vertellen schoonmakers en hun bazen wat de historische staking heeft opgeleverd.

De heer Mouch maakt treinen schoon op Den Haag CS. Hij verdient 1.250 euro in de maand. Van zijn salaris moet hij ook de reiskosten betalen om op zijn werk te komen, want zoals zoveel schoonmakers krijgt hij geen reiskostenvergoeding. Om geld uit te sparen, reist hij één zone in plaats van twee met de tram, de rest loopt hij. Het half uurtje lopen per dag levert hem 20 euro in de maand op.

Nederland telt ongeveer 150.000 schoonmakers, een grote meerderheid is vrouw en laag opgeleid en sommigen hebben meerdere banen. De meeste schoonmakers werken voor grote bedrijven, zoals ISS, Asito, CSU, Hago en GOM. De schoonmaakbranche heeft een jaaromzet van ongeveer 3,4 miljard euro. Al een aantal jaren zijn de schoonmaakbedrijven verwikkeld in een concurrentiestrijd. Om opdrachten binnen te halen, vragen ze minder geld aan hun opdrachtgevers, die ook veel minder willen betalen voor schoonmaak. De te lage prijs wordt door de schoonmaakbedrijven terugverdiend door schoonmakers in kortere tijd meer werk te laten doen. Vaak ook met minder mensen. De arbeidsomstandigheden zijn daardoor verslechterd.

Ella Zander, directrice van een klein schoonmaakbedrijf, vindt dat sommige grote schoonmaakbedrijven niet integer werken: ‘Ze bieden per dag 4 uur schoonmaak aan. En zetten dan 3,5 uur in zonder dat de klant het weet. Er wordt veel ’s avonds en ’s nachts gewerkt, maar het kantoor is dan leeg, zo pakken ze een half uur winst.’
Hago-topman Steph Feijen geeft toe dat er een moordende concurrentiestrijd is en dat zijn bedrijf hier deels ook aan meedoet: ‘Schoonmaken is een loonkostenvraagstuk. De uren-inzet bepaalt of een contract renderend is of niet. Omdat het uurtarief niet dekkend is, kunnen niet alle uren ingezet worden die geoffreerd zijn. In feite zitten we de boel te verdoezelen.’ Hij wil hier liever niet aan meedoen, maar dan moeten de opdrachtgevers wel meer willen betalen voor schoonmaak.

Mevrouw Christine Monk-Simon werkt voor GOM in een ziekenhuis en maakt ’s avonds een hele afdeling alleen schoon. Omdat ze niet wil dat haar kinderen in armoede opgroeien, heeft ze naast haar werk in het ziekenhuis nog een andere schoonmaakbaan. Bij elkaar werkt ze 32,5 uur per week voor nog geen 1.000 euro netto per maand. ‘Mijn kinderen verdienen een betere toekomst. Als ik niet genoeg salaris heb, dan komt hun toekomst in gevaar, want dan kan ik allerlei dingen voor hun niet meer betalen.’  

De heer Mokhtari maakt op station Zwolle alle perrons schoon. Dat doet hij iedere dag van vier uur ’s middags tot twaalf uur ’s nachts. Maar net als de andere schoonmakers kan ook hij zijn werk niet doen zoals hij wil. Hij verdient 1.300 euro per maand. ‘Ik sta altijd rood. Elke maand weer. Ik kan mijn kinderen niet alles geven.’