*
iedere donderdag om 21.10 uur op NPO 2

Paula Keessen vluchtte op haar 18e weg uit een religie waar ze niet in geloofde

‘Ik ben heel subtiel gehersenspoeld’, ex-Jehovah’s Getuige Paula vertelt openhartig over haar verleden.

Leestijd: 5 minuten

“Ik heb op mijn achttiende iets gedaan dat niet mocht; seks voor het huwelijk. Ik verliet mijn ouderlijk huis. Met slechts twee plastic zakken met wat kleding ging ik een onzekere toekomst tegemoet.” Paula (42) is opgevoed als Jehovah’s Getuige. In haar boek ‘De Goddeloze’ vertelt ze 25 jaar nadat ze werd uitgesloten door haar familie openhartig over haar jeugd en hoe moeilijk het leven daarna kon zijn: “Ik moest leren om te leven zonder regels.”

Het was een veilige omgeving met duidelijke regels waarin Paula opgroeide in Eindhoven. Van de Jehovah’s Getuigen leerde ze dat de buitenwereld slecht is en dat mensen buiten haar gemeenschap niet dezelfde moraal hebben. “Drie keer in de week moest ik naar de Koninkrijkszaal, een soort kerk, waar ik iedere keer hetzelfde hoorde. Ook van mijn ouders. Je wordt heel subtiel gehersenspoeld.”

Volg ZEMBLA op Instagram

Langs de deuren​
Ze moest als kind in de ‘velddienst’, langs de deuren. Ook soms in straten waar klasgenoten woonde. Als puber vond ze dat gênant. Alles wat met seks te maken had was slecht. In huis was geen tv. Aan buitenschoolse activiteiten mocht ze niet deelnemen. Ook niet aan verjaardagen.

Als puber was ze opstandig. De laatste periode voor haar vertrek uit haar vertrouwde omgeving was Paula al een zwart schaap. “Ik was gestopt met in de velddienst gaan. En ging niet meer naar vergaderingen en werkte fulltime.” Toch was het gat groot waar ze in viel toen ze werd geëxcommuniceerd. “Ik besefte dat iedereen die ik kende nooit meer met mij zou spreken. Dat gold zelfs voor mijn ouders, zussen en broer. Ik huurde een kamertje op een zolder. Ik had geen sociale contacten. Ik moest opnieuw beginnen.”

Paula Keessen als tiener

‘Hij heeft me alles geleerd’
Ze leerde een man kennen waar ze zestien jaar mee samen is geweest. “Hij betekent veel voor mij. We zijn nog steeds vrienden. Hij heeft me alles geleerd.” Zo kocht hij een boek met seksuele voorlichting, want seks, daar wist Paula niks over. “Hij had daar makkelijk misbruik van kunnen maken, maar dat deed hij niet.” Maar ook simpele dingen als een café bezoeken bleken een opgave voor de jonge Paula. “In mijn beleving was dat iets slechts waar mensen losbandig zijn, schaars gekleed, seks hebben en drugs gebruiken. Dat bleek heel erg mee te vallen. Hij leerde me dat de wereld niet zo slecht is.”

Toch is liefde altijd erg moeilijk geweest, vertelt Paula. “Mijn ouders wilden geen contact meer. Mensen die onvoorwaardelijk van je zouden moeten houden, hebben mij verstoten. Dat heeft grote impact op mijn leven.” De Brabantse vertelt dat ze daardoor niet kan voelen of iemand van haar houdt. “Ik moet dat zien in daden, want ik kan het niet voelen dat iemand van me houdt. Ik benader het heel rationeel. Zo van ‘hij doet dit en dit en dit voor mij, dan zal hij wel van me houden’. Maar het blijft moeilijk. Ik heb na hem ook nooit meer een lange relatie gehad.”

Weer contact met zussen
Haar twee zussen zijn inmiddels ook geëxcommuniceerd. Daar heeft ze weer contact mee. Een van hen, haar oudere zus Ingrid, werkt momenteel ook aan een boek. Zij trad acht jaar geleden uit. “Ik zie het wel als een voordeel dat ik nog zo jong was. Zij heeft bijvoorbeeld veel meer problemen gehad met het opbouwen van sociale contacten. Ze is veel langer gehersenspoeld dan ik. Dat hakt erin”, zegt Paula.

Paula als kind

Paula besloot een boek te schrijven omdat ze een goed beeld wil schetsen van de Jehovah’s Getuigen in Nederland. “Ik heb geprobeerd om het zo objectief mogelijk te doen. Het was niet alleen maar kommer en kwel. Er waren ook leuke dingen. Zolang je binnen de gemeenschap blijft en de regels volgt, is er niet zo veel aan de hand.”

Maar ze wil daarnaast de schaduwkant laten zien. “Als ik zeg dat ik ex-Jehovah’s Getuige ben, krijg ik altijd dezelfde reactie. ‘Oh dat zijn die vriendelijke mensen, wel een beetje vervelend dat ze zo vaak langs de deur komen.  Maar ze zijn aardig.’ Maar dat is de buitenkant. Er zit heel veel verdriet en onrecht bij.”

Seksueel misbruik
De laatste tijd wordt er steeds meer bekend over seksueel misbruik onder Jehovah’s. Plegers worden beschermd en slachtoffers verguisd omdat ze het misbruik ter sprake brachten. De komende ZEMBLA-uitzending ‘Misbruik op weg naar het paradijs’ gaat daarover. Paula is zelf nooit slachtoffer van misbruik geweest. “Ik heb er nooit iets over meegekregen. Ook geen signalen, maar ik kan me voorstellen dat het gebeurde. Alles wat in de minste vorm met seks te maken had wordt afgeschilderd als iets dat niet mag. Het werkt tegenstrijdig. Dan ga je het juist opzoeken en vallen er slachtoffers.”

Volgens Paula stellen ook jonge mensen die nog binnen de gemeenschap zijn, vragen. “Het verdrietigst vond ik een meisje van 21 dat me een bericht stuurde. Ze was bang. ‘Als ik vertrek zal ik dan de rest van mijn leven verdriet hebben?’ Ik kon daar geen ‘nee’ op antwoorden. Ik ben nu gelukkiger omdat ik vrij ben. Maar iemand anders kan niet vervangen wat mijn ouders hebben kapotgemaakt. Als je ouders niet van je houden, waarom je partner dan wel? Liefde zal altijd lastig blijven.”Haar boek is nu twee weken uit en Paula krijgt veel reacties. “Ik heb nu voor het eerst contact met lotgenoten. Ik heb daar nooit behoefte aan gehad, maar door het boek zoeken mensen me op.”