Zembla woensdag om 21:15 uur op NPO 2

Werden milieurisico's rubber kunstgraskorrels goed onderzocht?

Leestijd: 4 minuten

Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) waarschuwde in 2007 in een onderzoeksrapport voor de mogelijke verontreiniging met zink, dat uit rubbergranulaat van oude autobanden komt. Volgens het RIVM loogt het zink uit het rubber en kan het met het regenwater mee spoelen naar de onderliggende grond, het grondwater en het oppervlaktewater.

In opdracht van de brancheorganisaties VACO en RecyBEM en verschillende sportorganisaties, deed het onderzoeksbureau Intron (later SGS Intron) verschillende onderzoeken naar de zinkuitloging. De onderzoeken zouden aantonen dat de maatregelen die de kunstgrasbranche nam om de verspreiding van zink tegen te gaan afdoende zijn. Maar deskundigen stellen daar vraagtekens bij.

Wat was het uitgangspunt?
In de eerste plaats deed Intron laboratoriumonderzoeken, waarbij gekeken werd of zink aan zand hecht. Daarbij werd een hoeveelheid zink met water gemengd en dit mengsel liet men door een laag zand lopen. Daarna werd in het water gekeken hoeveel zink er nog in zat en dan bleek dat het meeste zink in het zand was achter gebleven. Conclusie: het zink adsorbeert aan het zand.


Klopt die conclusie?
Nee, zegt bodemkundige Theo Edelman. "Zij voeren dat mengsel van zink en water door het zand en filteren het dan. Het opgeloste zink slaat dan als vaste stof neer in het zand, omdat het door een chemische reactie in het water van hoedanigheid is veranderd. Het is zinkhydroxide geworden." Dat het zink aan het zand adsorbeert is een verkeerde redenatie, zegt Edelman. "Dat kan niet." Andere bodemkundigen, zoals Jaap van der Bom, directeur van de Nederlandse Vereniging Van Procesmatige Grondbewerkingsbedrijven (NVPG), bevestigen dat. "Zand is een inert materiaal, dat heeft geen enkele adsorptiecapaciteit."

Hoe erg is dat?
Behoorlijk erg. Want op basis van de adsorptietheorie stelt Intron een zogenaamde adsorptiecoëfficiënt vast, en met die coëfficiënt worden berekeningen uitgevoerd. En vanuit die rekensom stelt Intron dat het zink tussen de 60 en 100 jaar wordt vastgehouden in de zandlaag onder het kunstgrasveld. "Maar het uitgangspunt klopt niet, dus die uitkomst kan nooit goed zijn", aldus Edelman.

Toch blijft er zink in de onderlaag zitten, blijkt uit ander onderzoek van Intron. Hoe kan dat?
Intron nam verschillende malen monsters onder kunstgrasvelden. Daarbij werd wel degelijk zink gevonden. Het meeste zink zat in de lavalaag van 10 centimeter, die volgens de normen van de kunstgrasbranche onder een veld met rubbergranulaat moet zitten. Dat is logisch, want zink kan wel enigszins aan lava adsorberen. Maar er werden ook kleine hoeveelheden zink in het zand gevonden. Theo Edelman denkt dat dat komt doordat er ook kalk uit het rubber vrijkomt. "Het opgeloste zink wordt dan de vaste stof zinkhydroxide. En dan blijft dat in het zand zitten. Dat is mijn hypothese. Maar als dat zo is, dan betekent dat dat je niet kunt zeggen dat het daar wel 60 jaar blijft zitten. Als het maar genoeg regent, lost de kalk op en kan het zink alsnog uitspoelen. Op welke termijn dit gebeurt zul je opnieuw moeten berekenen en meten."

Bij velden op klei- en veengronden liggen er onder de kunstgrasvelden afvoerpijpen, die regenwater meestal als drainagewater afvoeren naar de dichtstbijzijnde sloten of andere afwateringskanalen. Daar komt het zink dan terecht. Op hooggelegen zandgronden zijn er meestal niet van zulke drainagesystemen, daar zakt het regenwater gewoon naar de diepere bodem. Dan komt het zink dus daar terecht en kan het uiteindelijk in het grondwater terecht komen.

Is er dan geen onderzoek gedaan naar zink in het water?
Jawel, Intron heeft verschillende keren onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van zink in drainagewater, bij vijf verschillende kunstgrasvelden. Daarbij werden monsters van het water genomen in drainageputten of bij de uitgang van afvoerpijpen. In deze monsters werd nauwelijks zink gevonden. Volgens aquatisch ecotoxicoloog Michiel Kraak van de Universiteit van Amsterdam is dat niet zo verrassend. "Het hangt er heel erg vanaf op welk moment je zulke monsters neemt. Als het net heel hard heeft geregend is er misschien al veel weg. Of als het heel lang droog is geweest is er niets naar beneden gespoeld. Het zijn momentopnames. Als je zekerheid wilt hebben moet je veel vaker en veel langer onderzoek doen. En niet alleen in het drainagewater zelf, maar ook in de sloten en in het slib op de bodem van de sloten."

Volgens Intron zelf is dat met opzet niet gedaan. "Bij onderzoeken naar drainagewater heeft SGS Intron bewust gekeken naar drainagewater, omdat stoffen hierin eenduidig kunnen worden herleid naar het kunstgrasveld van waaruit de drainage plaatsvindt. Bij onderzoek van water in sloten en van slib in die sloten is dit lastiger door diverse onbekende omgevingseffecten."

Overigens is Michiel Kraak van mening dat er niet alleen naar zink zou moeten worden gezocht. Middels zogenaamde ‘bioassays’ zou eerst vastgesteld moeten worden of er gevaarlijke stoffen in het water zitten. Daarbij worden bijvoorbeeld watervlooien of zebravisjes gebruikt. Als die ziek worden of sterven is dat een aanduiding dat er iets mis is met het water.

Het RIVM heeft inmiddels aangekondigd het water en slib van de sloten te willen onderzoeken. Daarbij wil het RIVM ook bioassays doen.

Klik hier voor de volledige reactie van SGS Intron op vragen van ZEMBLA