*
iedere woensdag om 21.15 uur op NPO 2

Opnieuw ernstige Nederlandse uitglijder in Braziliaanse kinderpornozaak

Leestijd: 4 minuten

Op 18 september jl. heeft het gerechtshof in Amsterdam in de strafzaak tegen de twee verdachten van de Braziliaanse kinderpornozaak geoordeeld dat het openbaar ministerie de beschuldiging tegen de verdachten zo onzorgvuldig had geformuleerd, dat het gerechtshof de dagvaarding nietig heeft verklaard. Dit betekent dat niet alleen de strafzaak bij het gerechtshof voorbij is, maar ook dat de al uitgesproken veroordelingen bij de rechtbank Alkmaar hierdoor vernietigd zijn.

Het gerechtshof overwoog: “De steller van de onderhavige dagvaarding heeft ten aanzien van de tenlastegelegde feiten slechts een verwijzing opgenomen naar foto’s die te vinden zijn op genummerde pagina’s van het dossier. (...) Derhalve maken de genoemde foto’s geen deel uit van de dagvaarding. (...) Een en ander leidt ertoe dat het hof de inleidende dagvaarding nietig zal verklaren.”
 

Vordering niet-ontvankelijk
Het gerechtshof had al eerder, op een zitting van 10 april 2009, een vordering tot schadevergoeding van zeven van de slachtoffers niet-ontvankelijk verklaard, omdat het openbaar ministerie deze zeven meisjes (evenals 14 andere Braziliaanse slachtoffers) niet op de dagvaarding had vermeld.

Advocaat Jeroen Soeteman, die namens deze zeven Braziliaanse slachtoffers optreedt, reageert verbijsterd: “We zijn weer terug bij af. Eerder beperkte het openbaar ministerie zich in het Braziliaanse dossier slechts tot drie van de in totaal 24 minderjarige meisjes die in Brazilië slachtoffer werden. Nu blijkt het OM ook nog eens vergeten de foto´s van die drie aan de dagvaarding te hechten.”
 

Lakse houding
Het Braziliaanse samenwerkingsverband van mensenrechtenorganisaties Projeto Trama, dat vanuit Brazilië de belangen van de slachtoffers behartigt, verwijt Nederland een lakse houding. Advocaat Frans Nederstigt van Projeto Trama, die werkzaam is in Rio de Janeiro, verklaart: “Dat de deksel na zeven jaar nog niet op de doofpot is vastgeroest mag ondertussen een wonder heten. Ondanks de aandacht in de media, alle kamerdebatten, alle onderzoeksrapporten en alle mooie woorden over mensenrechten, hebben de Nederlandse autoriteiten wederom laten zien niet betrokken te zijn bij de slachtoffers, met wie ze trouwens ook nog nooit contact hebben opgenomen.”
 

Minister van Justitie
Tijdens het spoeddebat hierover van 28 april 2008  deelde Minister van Justitie Hirsch Ballin nog mee dat hij zo snel mogelijk (“binnen enige maanden”) een WOTS-verdrag met Brazilië tot stand wilde laten komen, waardoor de twee Nederlanders die in Brazilië tot 21 en 17 jaar cel waren veroordeeld, in Nederland hun straf zouden kunnen uitzitten. Bovendien stelde Hirsch Ballin toen dat het college van procureurs-generaal de behandeling van de Nederlandse strafzaak ondersteunde en aanmoedigde, en dat er gekeken zou worden naar de mogelijkheden van een schadevergoeding voor de Braziliaanse slachtoffers. Een motie van Kamerlid Arib (PvdA) om de slachtoffers een redelijk schadevergoeding aan te bieden, werd toen echter door de Minister van Justitie afgeraden omdat de zaak toen nog onder de rechter was.
 

Slachtoffers eisen genoegdoening
Advocaat Nederstigt van Projeto Trama dringt er samen met advocaat Soeteman bij Minister van Justitie Hirsch Ballin op om de regie in handen te nemen. In een brief van 8 oktober 2009 heeft Soeteman de Minister van Justitie verzocht om uiterlijk op 16 oktober 2009 een standpunt in te nemen ten aanzien van:
1. de stand van zaken met betrekking tot het WOTS-verdrag, zodat de daders hun straf in Nederland kunnen uitzitten;
2. de eventuele schadevergoeding voor de slachtoffers, nu dat in de strafzaak onmogelijk is gebleken;
3. de thans te nemen stappen in de Nederlandse strafzaak (cassatie dan wel opnieuw beginnen bij de rechtbank Alkmaar), nu het gerechtshof de dagvaardingen nietig heeft verklaard.

Een medewerker van de Minister van Justitie heeft advocaat Soeteman evenwel telefonisch laten weten dat binnen de verzochte termijn van 16 oktober geen antwoord van de Minister zal komen en dat rekening moet worden gehouden met een antwoordtermijn van zes weken. 

Vijf jaar geleden onthulde ZEMBLA in 'Sekstoerisme in Brazilië' dat het Nederlandse consulaat in Brazilië twee kinderpornohandelaren noodpaspoorten had verstrekt waardoor ze het land konden ontvluchten. Daarmee ontsnapten ze aan een jarenlange gevangenisstraf. Want eenmaal in Nederland kreeg één een taakstraf van 240 uur, de ander werd nooit vervolgd bij gebrek aan bewijs.

In 'Sekstoerisme in Brazilie, het vervolg' is te zien hoe dit heeft kunnen gebeuren in een zaak die nog steeds niet is afgerond. Het roept de vraag op in hoeverre Nederland serieus werk maakt van de bestrijding van kinderporno en sekstoerisme.