*
iedere woensdag om 21.15 uur op NPO 2

Minister Schippers wil betere definitie calamiteit

Leestijd: 4 minuten

Inspectie moet arts op non-actief kunnen zetten

Minister Schippers van Volksgezondheid wil dat de Inspectie (IGZ) beter omschrijft wat een calamiteit is die bij de Inspectie moet worden gemeld. Ook wil de minister dat de Inspectie calamiteitenrapporten via internet openbaar maakt, zodat ziekenhuizen van elkaars calamiteiten kunnen leren. Dit zegt de minister in de aflevering van ZEMBLA van woensdag 1 juni a.s.

Eerder berichtte ZEMBLA over een angstcultuur op de KNO-afdeling van het UMC Utrecht. Het ziekenhuis bleek meerdere calamiteiten niet te hebben gemeld bij de Inspectie. Ook andere ziekenhuizen kwamen recent in opspraak door het niet melden van calamiteiten. De minister wil dat de IGZ dit najaar een nieuwe definitie van het begrip calamiteit heeft vastgesteld.

Een calamiteit staat in de ‘Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg’ beschreven als ‘een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en die tot de dood van een cliënt of een ernstig schadelijk gevolg voor een cliënt heeft geleid.’ Ziekenhuizen zijn verplicht calamiteiten te melden, maar doen dat niet altijd. Als argument daarvoor wordt gegeven dat het niet altijd duidelijk is of het om een calamiteit gaat.

Minister Schippers zegt in ZEMBLA dat dit geen argument is om een calamiteit niet te melden bij de Inspectie. “Want wij hebben vastgesteld: een calamiteit moet altijd gemeld worden. Dus dat zou ik nu ook tegen ieder ziekenhuis willen zeggen: bij twijfel melden. Maar naar aanleiding van uw uitzending ben ik wel tot de conclusie gekomen dat het te onduidelijk is wat een calamiteit is, en wil ik ook dat er door de Inspectie veel helderder wordt vastgesteld wat een calamiteit is,” aldus de minister.

Schippers kritisch over UMC Utrecht
Het is voor het eerst dat minister Schippers zich in de media uitspreekt over de problemen in het UMC Utrecht: “Ik vind dat verschrikkelijk. Ik vind dat heel erg. Je ziet dus dat een ziekenhuis met een uitstekende reputatie als het UMCU, dat daar dus dingen ook gruwelijk mis kunnen gaan. En dat het ziekenhuis die handschoen ook op moet pakken om daar van te leren en te verbeteren, want uiteindelijk is die openheid allemaal gericht op verbetering van de zorg.

De minister reageert ook op een calamiteit die betrekking had op een baby met een zeldzame schedelaandoening. De behandeling ging niet goed en werd door de Inspectie als calamiteit aangemerkt. Uiteindelijk droeg de IGZ het ziekenhuis op te stoppen met de behandelingen. De Raad van Bestuur van het ziekenhuis reageerde niet op een alarmerende brief van de vader, maar stuurde een letselschadebureau.

Schippers laakt in ZEMBLA deze handelswijze. Ze zegt meer vertrouwen te hebben in ziekenhuizen die open zijn naar hun patiënten en dan in ziekenhuizen die “de luiken dichtdoen” en zeggen “neemt u maar contact op met mijn verzekeraar.”

Calamiteiten openbaar
Minister Schippers wil ook dat zorginstellingen leren van elkaars calamiteiten. Daarom heeft ze een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd over het openbaar maken van calamiteiten: “Wat ik daar voorstel is dat de Inspectie standaard calamiteitenrapporten openbaar maakt, zodat een ziekenhuis niet alleen van de eigen calamiteiten kan leren, maar ook kan zien, op internet, gewoon op de site bij de Inspectie, wat andere ziekenhuizen is overkomen, zodat ze kritisch kunnen kijken: zeg, hebben wij ook niet zoiets in ons ziekenhuis? Want dan kun je namelijk voordat er iets mis gaat al dingen verbeteren.

Arts op non-actief, meer bevoegdheden voor Inspectie
Minister Schippers kondigt meer bevoegdheden voor de Inspectie aan: “Het begint op de werkvloer. En ik kan honderd wetten maken, uiteindelijk moet de cultuur in een ziekenhuis goed zijn. En als er een situatie is waarin ofwel een afdeling, ofwel in een kliniek of in een ziekenhuis iets niet goed gaan, dan wil ik dat we een Inspectie hebben die goed kan optreden.

Zo wil Schippers dat de Inspectie de bevoegdheid krijgt om een arts die een risico is voor de patiënt, op non-actief te zetten. Momenteel kan alleen een directie of een Raad van Bestuur van een zorginstelling dat besluiten.

Schippers: “Ik vind dat de Inspectie ook de bevoegdheid moet krijgen om te zeggen: deze arts, daar vinden wij zo veel risico’s aan zitten voor de patiëntveiligheid, die zetten wij op non-actief totdat de tuchtrechter uitspraak heeft gedaan. Dat zit nu in een wet die bij de Raad van State ligt, dus ik zou ook heel graag die bevoegdheid aan de Inspectie willen geven.

ZEMBLA publiceerde eerder dat een KNO-arts die betrokken was bij calamiteiten met dodelijke afloop tijdelijk op non-actief was gezet door de Raad van Bestuur van het ziekenhuis. Toen het ziekenhuis hem weer liet werken, plaatste de IGZ het ziekenhuis in april onder verscherpt toezicht, omdat het UMC Utrecht met de IGZ had afgesproken dat de arts pas weer zijn werk zou hervatten als het IGZ-onderzoek naar het ziekenhuis zou zijn afgerond. Bovendien had het UMC Utrecht de Inspectie niet geïnformeerd over de werkhervatting van deze KNO-arts.