*
iedere woensdag om 21.15 uur op NPO 2

Minister: Nederlandse overheid mogelijk betrokken bij illegale adopties uit Brazilië

Leestijd: 3 minuten

Minister van Justitie en Veiligheid, Sander Dekker, kondigt een onafhankelijk onderzoek aan naar de mogelijke betrokkenheid van overheidsfunctionarissen bij illegale interlandelijke adopties. Een externe commissie gaat kijken wat de feitelijke gang van zaken is geweest en wat de rol van de Nederlandse overheid daarbij was. Dat schrijft hij in een brief aan de Kamer.

Bekijk ons dossier over adoptiebedrog

Aanleiding voor het onderzoek zijn aanwijzingen dat één of meerdere Nederlandse ambtenaren betrokken zijn geweest bij illegale adopties uit Brazilië in de jaren zeventig en tachtig.  De informatie over de mogelijke betrokkenheid kwam aan het licht door een informatieverzoek op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Advocaat Lisa Komp deed het Wob-verzoek anderhalf jaar geleden namens haar illegaal geadopteerde cliënt Patrick Noordoven.

Ministerie was in 1972 al op de hoogte 
In de Wob-documenten is onder meer te lezen dat een echtpaar in 1971 illegaal een twee maanden oud kind meenam uit Brazilië. Daarbij werd een valse geboorteakte opgemaakt waardoor het leek alsof het kind afkomstig was uit het huwelijk van het Nederlandse echtpaar. Een medewerker van het Nederlands consulaat werkte mee aan de valse documenten. 

Het ministerie in Nederland was in 1972 op de  hoogte van de strafbare praktijken, zo blijkt uit correspondentie. Ook blijkt dat er mogelijk een verzoek is gedaan om deze betrokkenheid buiten beschouwing te laten bij een strafrechtelijk onderzoek.  

Advocaat: 'Nu echt grondig onderzoek'
Advocaat Komp moet de Wob-documenten zelf nog bestuderen en zich beraden. Dat de minister nu een commissie wil samenstellen noemt ze "in eerste instantie hartstikke mooi", maar zegt ze: "De commissie met wel op zo'n wijze een opdracht krijgen en worden ingericht dat alle getroffen belangen worden meegenomen en er grondig onderzoek wordt gedaan. Geen halfbakken onderzoek."

Mogelijke misstanden
ZEMBLA besteedde in drie uitzendingen aandacht aan misstanden bij interlandelijke adopties. In reactie op die uitzending zei Dekker nog dat de “primaire verantwoordelijkheid’’ voor een zorgvuldige adoptieprocedure bij de zendende landen lag en ligt.

Maar op basis van de nieuwe informatie ziet Dekker nu dus wel aanleiding om het handelen van de Nederlandse overheid onder de loep te nemen.

Brazilië als beginpunt
De commissie zal haar net breed uitwerpen: het onderzoek richt zich op adopties uit Bangladesh, Brazilië, Colombia, Indonesië en Sri Lanka, in de periode van 1967 tot 1998, “met als beginpunt Brazilië”. Over die landen hebben “betrokkenen” het ministerie gewezen op mogelijke misstanden.

Voor het onderzoek naar de betrokkenheid van de overheid moeten archieven van het toenmalige Ministerie van Justitie, waaronder ook de Raad voor de Kinderbescherming, het Openbaar Ministerie en de politie, alsmede de archieven van het Ministerie van Buitenlandse Zaken worden bestudeerd. "Mogelijk zullen betrokkenen uit het verleden moeten worden gehoord", aldus minister Dekker. 

De samenstelling van de externe commissie is nog niet bekend. De minister zal daarover zo snel mogelijk de Kamer informeren.