*
iedere woensdag om 21.15 uur op NPO 2

Kamervragen beantwoord

Leestijd: 5 minuten

Naar aanleiding van de ZEMBLA uitzending "Verdachte vaders" van 24 mei 2009 stelde lid Gerkens (SP) kamervragen aan minister Hirsch Ballin (Justitie) en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hieronder de vragen en antwoorden.

Vragen van het lid Gerkens (SP) aan de minister van Justitie over aangiften en opsporing van zedenmisdrijven bij scheidingen (Ingezonden 26 mei 2009) en antwoord van minister Hirsch Ballin (Justitie), mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 30 juli 2009)

Vraag 1
Wat is uw reactie op de uitzending van Zembla over het feit dat een toenemend aantal vrouwen aangifte van seksueel misbruik doet door de vader en dat uit onderzoek blijkt dat de helft van die beschuldigingen vals is?

Antwoord 1
Ik vind dit een zorgelijke ontwikkeling.

Vraag 2
Bent u ook geschrokken van de kwaliteit van het verhoor, waarvan fragmenten waren te horen in Zembla? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe kan dit gebeuren? Hoe kan dit in de toekomst worden voorkomen?

Antwoord 2 en 5
De verhoren van de verdachte, waarvan geluidsfragmenten in Zembla waren te horen, zijn door experts van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ) onderzocht. De LEBZ heeft forse kritiek geuit op die verhoren en onder meer aangegeven dat door de politie te veel is uitgegaan van de waarheid van de aangifte. Ik kan mij op basis van de uitgezonden fragmenten deze kritiek voorstellen.
Bij zedenzaken bevinden rechercheurs zich in een spanningsveld waarin ze enerzijds zeer alert dienen te zijn op het verschijnsel «valse aangifte» en anderzijds moeten oppassen een slachtoffer van seksueel misbruik ten onrechte te beschuldigen van het doen van valse aangifte. Een moeilijkheid daarbij is dat bepaalde onwaarschijnlijk lijkende gebeurtenissen waarvan aangifte wordt gedaan zich daadwerkelijk kunnen hebben voorgedaan. Naast opleidingsaspecten zijn collegiale consultatie en sturing door de leidinggevenden van cruciaal belang om binnen dit spanningsveld goed te functioneren.

In het  (meer)jarenplan 2008–2011 van de Expertgroep Zeden heeft de bevordering van de deskundigheid en de opleiding van de zedenrechercheur een belangrijke plaats. De expertgroep Zeden verwacht nog in 2009 met een advies te  komen over de her- en bijscholing van de rechercheurs, die hun opleiding vóór 2004 hebben genoten. Vanaf 2004 wordt aan de Politieacademie de opleiding «Handelen in Zedenzaken» (HIZZ) gegeven.
Het voornemen is om ook de coaching van nieuwe zedenrechercheurs op de leer-/werkplek meer aandacht te geven, net als een doorlopende evaluatie van de opleidingen, op basis waarvan de opleiding wordt aangescherpt. In de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik wordt voorgeschreven dat het verhoor van de aangever op een geluidsband wordt opgenomen. In veel gevallen wordt ook het verhoor van de verdachte opgenomen. Ondanks de zorgvuldigheid die in dit soort zaken wordt betracht valt een verkeerde inschatting voor de toekomst nooit geheel uit te sluiten. In de huidige situatie zal echter wel altijd achteraf controle mogelijk zijn aan de hand van de gemaakte opnamen.

U vraagt ook of ik aanleiding zie meer zedenrechercheurs aan te stellen. Het aanstellen van zedenrechercheurs is een bevoegdheid van de leiding van de politiekorpsen. Wel is al in 2006 ingezet op het verstrekken van onder andere het aantal recherchekundigen middels het verhogen van het aantal zij-instromers op HBO-niveau voor de leergang recherchekundige master. In deze opleiding is ook aandacht voor het gebied van jeugd en zeden. Daarnaast komt uit mijn contact met de Politieacademie naar voren dat een aantal studenten daadwerkelijk kiest voor een specialisatie op het vakgebied jeugd en zeden.

Vraag 3
Wat is er gedaan met de aanbeveling van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken om voorzichtig te zijn met beschuldigingen van seksueel misbruik in een ruzieachtige sfeer tussen gescheiden ouders? Wordt het feit dat er sprake is van een «vechtscheiding» altijd meegenomen in de beoordeling van de aangifte en het verdere onderzoek?

Antwoord 3
Reeds in 2005 is deze problematiek onderkend en is in de Aanwijzing opsporing en vervolging seksueel misbruik opgenomen dat deze zaken facultatief ter beoordeling kunnen worden voorgelegd aan de LEBZ. In het  onderzoeksverslag van de LEBZ over de periode 2003–2007 staat dat 42 zaken zijn beoordeeld waarin sprake was van een echtscheiding met een conflict over de kinderen. Het feit dat er sprake is van een scheiding wordt in de beoordeling betrokken.

Vraag 4
Zouden officieren van justitie niet verplicht moeten zijn beschuldigingen van seksueel misbruik na echtscheiding voor te leggen aan de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken?

Antwoord 4
De consultatie van de LEBZ is verplicht in geval van zaken met herinneringen van vóór de derde verjaardag, ritueel  misbruik of hervonden herinneringen gelet op de bijzondere expertise die in dit soort zaken nodig wordt geacht. In andere gevallen is het niet nodig dergelijke consultatie verplicht te stellen, maar kan de LEBZ facultatief geconsulteerd worden indien in de loop van het onderzoek blijkt dat expertise nodig is.
In de Aanwijzing Opsporing en Vervolging inzake seksueel misbruik is de situatie waarbij seksueel misbruik naar voren komt na een echtscheiding als voorbeeld genoemd van een zaak waarin de LEBZ facultatief geconsulteerd kan worden. In de zaak die in het programma Zembla centraal stond heeft ook raadpleging van de LEBZ plaatsgevonden.

De LEBZ doet in haar onderzoeksverslag over de  periode 2003–2007 geen voorstellen deze systematiek te veranderen en het College van procureurs-generaal ziet geen aanleiding voornoemde Aanwijzing op dit punt aan te passen.

Vraag 5
Wat is uw reactie op de opmerking van de voorzitter van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken dat er onvoldoende goed opgeleide zedenrechercheurs bij de politie zijn? Vindt u het ook ernstig dat hierdoor zaken blijven liggen en de kwaliteit van de opsporing onder de maat is? Wat gaat u hier aan doen? Ziet u aanleiding om meer zedenrechercheurs aan te stellen, zodat alle zaken goed en zorgvuldig kunnen worden onderzocht? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5  zie antwoord 2