*
iedere woensdag om 21.15 uur op NPO 2

JIT wijzigt eigen reactie over uitzending Zembla

Leestijd: 3 minuten

Het Joint Investigation Team, dat de crash van MH17 onderzoekt, heeft vanochtend publiekelijk een reactie  gegeven op onze uitzending ‘De jacht op de MH17-daders’. Nabestaanden ontvingen deze reactie gisteren kort voor de uitzending. Deze reactie verschilt echter diametraal van de reactie die het JIT eerder aan ZEMBLA gaf, voordat de aflevering werd uitgezonden. 

In de afgelopen weken had Zembla meerdere malen, zowel schriftelijk als telefonisch, contact met de woordvoerder van het JIT, Wim de Bruin. Hij zei tegen ZEMBLA dat de twee topmensen van de geheime dienst die aan het woord kwamen ‘prima bronnen’ waren, maar dat hij de namen van mogelijke verdachten die zij noemen ’kon bevestigen, noch ontkennen’. De Bruin kreeg een preview van de fragmenten waarin de twee voormalige medewerkers hun uitspraken doen over de mogelijke verdachten van het neerhalen van MH17. Schriftelijk gaf hij nog de volgende reactie, die wij in de uitzending verwerkt hebben:

"Over personen die van belang zijn voor het onderzoek, denk  daarbij aan getuigen en/of mogelijke verdachten, kan het OM geen uitspraken doen. Het OM streeft een zo groot mogelijke transparantie na. Maar deze transparantie kent ook, gezien de belangen van de opsporing en vervolging, haar grenzen. Gezien deze belangen moet het OM terughoudend zijn met het verstrekken van informatie uit het opsporingsonderzoek."

Nalyvaichenko en Vovk zijn volgens de nieuwe schriftelijke verklaring van het JIT 'nooit betrokken bij het verzamelen van bewijs'. In werkelijkheid is de SBU de dienst die 150.000 telefoongesprekken tapte en aanleverde bij het JIT.  De getapte telefoongesprekken vormden een belangrijk onderdeel van het bewijs dat in september 2016 door het JIT aan de wereldpers werd gepresenteerd. Verschillende telefoontaps die in onze uitzending werden afgespeeld, waren ook te horen tijdens de JIT-presentatie

Nalyvaichenko en Vovk waren in 2014, toen MH17 werd neergehaald, hoofd van de SBU en hoofd onderzoek van die dienst en daarmee verantwoordelijk voor het aangeleverde bewijsmateriaal. Impliciet lijkt het JIT hiermee ook één van de pijlers onder het bewijs tegen mogelijke verdachten te diskwalificeren.

Tot slot beweert het JIT nu dat Nalyvaichenko en Vovk geen adviserende rol hebben gehad over de vraag wie als verdachte moet worden aangemerkt. Zoals in de uitzending wordt gemeld vertelt Vovk over een meeting op de Nederlandse ambassade in juni 2015, waarbij Vovk adviseerde zeven mensen als verdachten aan te wijzen. Het JIT ontkende tegenover ZEMBLA niet dat deze meeting heeft plaats gevonden. Ook in de nieuwe reactie niet. Vovk was gedurende het eerste jaar na de crash het vaste aanspreekpunt voor het JIT bij de geheime dienst SBU. Hij bezocht ook enkele malen Nederland, waar hij werd ontvangen door Wilbert Paulissen, die als hoofd van de Dienst Landelijke Recherche leiding geeft aan het onderzoek naar de ramp.