*
iedere donderdag om 21.10 uur op NPO 2

Hoe veilig is het gebruik van landbouwgif?

De belangrijkste tekortkomingen van het huidige toelatingsbeleid

Leestijd: 4 minuten

Het Ctgb, voluit het College Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden, bepaalt namens de overheid welke bestrijdingsmiddelen boeren in Nederland mogen gebruiken om hun gewassen te beschermen. Volgens het Ctgb zijn de bestrijdingsmiddelen die op dit moment in Nederland worden toegepast, veilig.

Dat zegt het Ctgb op basis van een onderzoek dat in opdracht van de overheid is gedaan naar de blootstelling aan bestrijdingsmiddelen. Uit dat rapport blijkt volgens het Ctgb dat de gemeten gehalten aan bestrijdingsmiddelen binnen de risiconormen blijven. Uit hetzelfde rapport blijkt echter ook dat er nog veel relevante informatie ontbreekt om goed vast te kunnen stellen wat de daadwerkelijke gezondheidsrisico’s zijn.

Hier een overzicht van de belangrijkste tekortkomingen in het huidige toelatingsbeleid:

Huisstof
Eén van de nieuwe inzichten in het rapport is dat bestrijdingsmiddelen ook in huisstof zijn gevonden. Voorheen was niet bekend dat bestrijdingsmiddelen vanaf boerenvelden, zich zodanig verspreiden dat ze ook in het stof in huizen van omwonenden worden aangetroffen. Vooral jonge kinderen komen veel in contact met huisstof omdat ze over de grond kruipen. Ongeboren en jonge kinderen zijn ook extra gevoelig voor bestrijdingsmiddelen omdat hun hersenen nog volop in ontwikkeling zijn. Het RIVM laat weten dat huisstof op dit moment nog niet wordt meegenomen in de huidige risicobeoordeling van bestrijdingsmiddelen.

Kwetsbare groepen
Volgens het Ctgb wordt bij de vaststelling van veilige grenswaarden voor bestrijdingsmiddelen rekening gehouden met ongeboren en jonge kinderen. Uit het onderzoek van ZEMBLA blijkt dat bij de toelating van bestrijdingsmiddelen niet gekeken wordt of ze op langere termijn problemen in de hersenontwikkeling bij ongeboren en jonge kinderen veroorzaken. De studie die dit kan aantonen, is bij toelating niet vereist, zo laat het Ctgb weten. De studies die wel gedaan moeten worden zijn niet geschikt om hersenbeschadiging op langere termijn, zoals autisme, IQ-verlies en ADHD uit te sluiten. Terwijl dit juist de effecten zijn waar wetenschappers het meest bezorgd over zijn. Daarom klopt de stelling van het Ctgb volgens professor Sauer niet dat er bij de toelating van bestrijdingsmiddelen voldoende rekening wordt gehouden met kwetsbare groepen. Kinderarts Pieter Sauer is lid van het onderzoeksteam dat de blootstelling aan bestrijdingsmiddel in kaart heeft gebracht.

Steeds meer humane studies tonen aan dat er een verband is tussen pesticiden en een verhoogd risico op (het bijdragen aan) autisme, IQ-verlies en ADHD. Zo werd er hierover afgelopen maand nog een groot onderzoek in het gerenommeerde tijdschrift BMJ over autisme en pesticiden gepubliceerd. Ook het Amerikaanse Time Magazine bericht er uitgebreid over. 

Mengseltoxiciteit
Op dit moment wordt van elk bestrijdingsmiddel afzonderlijk beoordeeld of het gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Maar in werkelijkheid worden omwonenden niet aan slechts één middel, maar aan meer middelen tegelijkertijd blootgesteld. Zo worden in het onderzoeksrapport naar de blootstelling aan bestrijdingsmiddelen bij metingen 46 verschillende pesticiden aangetroffen. Wat deze stapeling van stoffen betekent voor de veiligheid voor omwonenden is onbekend, bevestigt minister Schouten.

Boeren omzeilen regelgeving
Volgens het Ctgb zijn de bestrijdingsmiddelen veilig als ze volgens de geldende regelgeving worden toegepast. Eén van de regels is dat boeren wanneer ze bestrijdingsmiddelen spuiten, met speciale spuitkoppen moeten werken. Deze koppen zorgen ervoor dat er met grotere druppels wordt gespoten. Door de zwaarte van de druppels waaien ze minder snel ver weg. Daardoor kan het gif zich niet zo makkelijk verspreiden richting omwonenden. Voor de boer hebben de grotere druppels ook een nadeel. De bestrijdingsmiddelen blijven minder goed op gewassen zitten, waardoor ziektes makkelijker de kop kunnen opsteken. In ZEMBLA stelt spuitinstructeur Klaas Meijaard dat boeren deze regels in de praktijk gemakkelijk kunnen omzeilen. Dat doen ze door tijdens het spuiten de druk te verhogen waardoor er weer fijnere druppels ontstaan. De expert schat dat 80 procent van de boeren op deze manier sjoemelt met het spuiten.

De LTO bevestigt dat dit niet mag. Ze zeggen zich niet te herkennen in het percentage van 80 procent. De NVWA, die toeziet of de boeren zich aan de regels houden, laat ZEMBLA weten hier geen feitelijke informatie over te hebben.