Zembla woensdag om 21:15 uur op NPO 2

Doodschieten Cyprian 'niet goed onderzocht'

Leestijd: 3 minuten

Verbazing over onderzoek Rijksrecherche naar politiegeweld

Het Rijksrecherche-onderzoek naar het schietincident waarbij twee agenten de 23-jarige GGZ-patiënt Cyprian Broekhuis in zijn huis met zes kogels neerschoten, is onvolledig en niet conform de richtlijnen. Voor de hand liggende scenario’s zijn niet onderzocht. Dat stellen rechtspsycholoog Peter van Koppen en oud-rechercheur Dick Gosewehr nadat ze het vertrouwelijke Rijksrechercherapport, dat in handen is van ZEMBLA, hebben bestudeerd.

In ZEMBLA zegt Gosewehr dat de rechter naar de zaak moet kijken: "De beslissing van de Officier van Justitie is niet genomen op grond van een goed onderzoek. En ik vind ook dat die beslissing niet aan hem was, maar aan de rechter."

Psychiatrisch patiënt Cyprian Broekhuis overlijdt op 8 september 2016. Dat gebeurt nadat hij door zijn begeleiders en vier politieagenten wordt opgehaald voor een dwangopname. Daarbij loopt het in zijn woning in Amsterdam verschrikkelijk uit de hand: twee agenten trekken hun wapen en schieten Cyprian zesmaal in zijn buik. Volgens verklaringen achteraf omdat hij een mes uit zijn broekzak haalde. Na onderzoek van de Rijksrecherche concludeert het Openbaar Ministerie dat de politie gehandeld heeft uit noodweer. De zaak wordt geseponeerd.

Zaklantaarn
Gosewehr vindt, net als Van Koppen, dat de Rijksrecherche niet goed heeft onderzocht óf Cyprian wel een mes heeft getrokken. "Het verbaast me bij een serieus onderzoek van de Rijksrecherche dat dat niet is gebeurd", aldus van Koppen. Hij vervolgt: "Er zijn dingen in het dossier die je tegenkomt, die op het scenario wijzen dat de schutters een zaklantaarn hebben aangezien voor een mes." Gosewehr vult aan: "Dat is een hele reële mogelijkheid,  maar die mogelijkheid is nooit onderzocht."

Dat scenario is volgens de deskundigen aannemelijk omdat een GGZ-verpleegkundige die bij het schietincident aanwezig was in zijn verhoor verklaart dat hij een agent meteen na het schieten hoort roepen: "ik dacht dat hij een mes of een wapen trok." Van Koppen: "Dat is een heel veel betekende verklaring. Dat kan onzin zijn, maar het is in ieder geval genoeg reden om dat heel serieus te onderzoeken." Goseweher is het hiermee eens: "Ik dacht dat hij mes trok… dan moet je toch op z’n minst twee scenario’s’ voor ogen zien? Cyprian trok een mes en Cyprian trok geen mes? Maar men heeft dat tweede scenario helemaal niet onderzocht."

Negen uur onderzoek
Uit het Rechercherapport blijkt dat het mes, na negen uur onderzoek, niet wordt gevonden. En dat de onderzoekers daarna  de woning verlaten. Gosewehr: "Dat kan gewoon niet. Niemand gaat weg voordat dat mes gevonden is. Al zou je de hele woning twintigmaal moeten onderzoeken: dat mes moet tevoorschijn komen." Pas de volgende dag, na een aanwijzing van een betrokken agent, wordt het mes onder de bank gevonden. Daarnaast ligt ook een zaklantaarn. Beide deskundigen stellen dat zowel het mes als de zaklamp daar later neergelegd kunnen zijn en dat dit onderzocht moet worden.

Verder blijkt uit het onderzoeksrapport dat de betrokken GGZ-hulpverleners niet door de onafhankelijke Rijksrecherche zijn verhoord maar door de Amsterdamse politie, de werkgever van de agenten die geschoten hebben. Dat is tegen de regels. De schutters worden pas twee dagen na het schietincident verhoord. Dat is ook tegen de richtlijnen. De verhoren hadden binnen 24 uur moeten plaatsvinden.

De ouders van Cyprian hebben een artikel 12 procedure aangespannen om alsnog vervolging van de agenten af te dwingen. Vanwege die jurdische procedure willen de politie Amsterdam, de Rijksrecherche en het Openbaar Ministerie niet reageren op de uitspraken die de deskundigen in ZEMBLA doen.

ZEMBLA – Zes kogels voor Cyprian – vrijdag 26 mei a.s. 21:15 uur op NPO2