*
iedere donderdag om 21.10 uur op NPO 2

De nobele manager

Leestijd: 4 minuten

In een tijd waarin de overheid verder terugtreedt en de markt heilig lijkt, doen linkse waarden het opvallend goed in het bedrijfsleven. Maar zijn bedrijven wel echt betrokken en wat stellen hun gedragscodes in werkelijkheid voor? Zembla over markt en moraal.

De oprijlaan die leidt naar de cottage van Sir Geoffrey Chandler, gaat verscholen achter een dikke haag groen. Als de taxi naast het huis stopt, komt er een oude man naar buiten, gekleed in groene ribbroek met een poloshirt. 'Please do come in and I'll get you a nice cup of tea.'

Overtuiging
Sir Geoffrey Chandler. Oud-topman van Shell en sinds zijn pensionering actief lid van Amnesty International. Een bijzondere overstap voor een zakenman, maar zelf ziet hij dat anders. 'Het was een logisch gevolg van de overtuiging die ik ook al had toen ik nog bij Shell werkte.' De energieke Chandler is voorzitter van de 'business unit' van Amnesty in Londen. Deze afdeling probeert Britse bedrijven ervan te overtuigen dat zij zich moeten overgeven aan 'verantwoord ondernemen'.

Verantwoord ondernemen is een trend die ontstond in de Verenigde Staten en inmiddels ook door bedrijven in Groot-Brittannië en Nederland is ontdekt. De filosofie: bedrijven mogen zich niet alleen bekommeren om de winst, maar hebben ook een verantwoordelijkheid als het gaat om onderwerpen als milieu, mensenrechten en arbeidsomstandigheden van het eigen personeel.

Ben & Jerry's
Inmiddels hebben ook Nederlandse ondernemers het ethisch zakendoen ontdekt. Van de honderd grootste Nederlandse bedrijven hebben 38 ondernemingen al een gedragscode. Bekende voorbeelden zijn de uit het buitenland afkomstige ijsproducent Ben & Jerry's die jaarlijks een deel van de opbrengst aan goede doelen schenkt en de Body Shop die bekend werd vanwege de campagne tegen dierproeven. En ook de universiteiten zijn in het gat gesprongen om de managers van de toekomst een portie ethiek bij te brengen. Zoals op de Erasmusuniversiteit in Rotterdam.

Een bedrijf dat niet meesurft op de hype, maar al jaren verantwoord onderneemt, is de succesvolle projectinrichter Kembo uit Veenendaal. In de brochure van deze meubelontwerper tref je een citaat aan uit de Universele verklaring van de Rechten van de Mens. Volgens 'huisfilosoof' Jan Teunen van Kembo liggen mensenrechten en meubels dichter bij elkaar dan je op het eerste gezicht zou denken.

Brent Spar
Niet alleen kleine bedrijven kiezen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ook de economische supertankers gaan om. Zoals Shell. Door de affaire met de Brent Spar en Shell's optreden in Nigeria kwam het bedrijf erg negatief in de publiciteit.

'Brent Spar was onze wake-up call', zegt issue-manager Tim van Kooten in de uitzending van Zembla. 'Sindsdien proberen we ons open te stellen en een werkelijke dialoog met de samenleving aan te gaan.' Shell geeft nu jaarlijks een milieurapport uit en heeft als enige bedrijf ter wereld de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens ondertekend.

Volgens Geoffrey Chandler van Amnesty heeft verantwoord ondernemen niets te maken met liefdadigheid. 'Het is in het belang van ondernemers. Bedrijven zijn kwetsbaar in deze internetwereld waar alles wat je fout doet, meteen wereldwijd bekend is. Consumenten accepteren het niet als ze horen dat hun benzinemaatschappij in Afrika de mensenrechten schendt. Daarom hoort het bij de maatschappelijke verantwoordelijkheid van een bedrijf dat je je daartegen uitspreekt.'

Beleggingsfonds
Ook de financiële wereld heeft het verantwoord ondernemen ontdekt. Bijna elke bank heeft zijn eigen ethische beleggingsfonds dat alleen investeert in bedrijven die verantwoord zakendoen. Er is zelfs een vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO). Leden daarvan stellen op aandeelhoudersvergaderingen kritische vragen over het milieu -en mensenrechtenbeleid van multinationals. Volgens VBDO-voorzitter Piet Sprengers zijn beleggers niet langer enkel en alleen geïnteresseerd in hoge winsten.

De gedragscodes van de Nederlandse bedrijven zijn vaak geschreven in prachtige, bevlogen taal, maar organisaties als Greenpeace, Amnesty en de vakbonden klagen dat het te vaak bij mooie woorden blijft. FNV-voorzitter Lodewijk de Waal noemt in de uitzending van Zembla het voorbeeld van IHC Caland. Dat bedrijf doet zaken in Myanmar, het vroegere Birma, waar slavenarbeid aan de orde van de dag is en de bevolking wordt onderdrukt door de militaire junta. Tegelijkertijd is ook IHC Caland bezig met het ontwikkelen van een gedragscode.

Volgens De Waal geeft dat aan dat het hebben van een gedragscode alleen nog niet zegt dat een bedrijf verantwoord onderneemt. 'Het wachten is nu op wat er in die gedragscode staat. Ik ben daar heel benieuwd naar, want ik kan me geen gedragscode voorstellen die toestaat dat je in een land als Birma investeert.'