*
iedere donderdag om 21.10 uur op NPO 2

De kleur van de politie

Leestijd: 2 minuten

"Er vallen in mijn ogen teveel allochtone kandidaten af die wél geschikt zijn om het politievak in te gaan. Ik heb de indruk dat de etnische achtergrond van de kandidaten daarbij een rol speelt. Daarom overweeg ik een klacht in te dienen bij het Landelijk Bureau Racisme Bestrijding." Dat zegt de psycholoog T. Nieuwenhuizen in de Zembla-documentaire 'De kleur van de politie'.

Nieuwenhuizen probeert in opdracht van het politiekorps Midden Nederland allochtonen die agent willen worden voor te bereiden op de strenge selectie bij de politieopleiding. Het politiekorps schakelde de psycholoog in omdat het korps verontrust was door het grote aantal allochtone kandidaten dat niet op de politie-opleiding wordt toegelaten. Slechts één op de 16 allochtonen komt door de selectie. Bij Nederlandse kandidaten krijgt één op de vijf sollicitanten een positief advies.

Afwijzingen
Het grote aantal afwijzingen is opvallend omdat de politie hard op zoek is naar personeel. Er moeten 2000 politiemensen per jaar bijkomen en daarbij moet vooral gezocht worden naar gekleurde agenten. Want, zo luidt het beleid van de overheid, de politie moet een afspiegeling van de samenleving zijn.
Zembla laat aan de hand van cijfers zien hoe het verloop onder allochtone agenten is.

De Nederlandse taal blijkt voor allochtone kandidaten het grote struikelblok, maar het politie-selectiecentrum vindt het onjuist de normen te verlagen. H. Froling, directeur van het Politie Selectie Instituut zegt in Zembla: "Politiemensen van welke afkomst dan ook werken straks in een voor 90 procent Nederlandse samenleving. Daarom werken wij met Nederlandse cultuureisen en Nederlandse normen.Veel allochtone collega's willen ook niet anders."

Zembla volgt in 'De kleur van de politie' drie allochtone kandidaten bij de selectie voor de opleiding. Niemand van hen wordt op de opleiding toegelaten. Daarnaast signaleert Zembla dat veel allochtone agenten die wél bij de politie zijn toegelaten, na enige tijd het korps weer verlaten. Dat gebeurt meestal omdat ze zich niet bij de politie thuis voelen. De Surinamer Peris Conrad - die werkte bij het politiekorps Wageningen - zegt in Zembla: "Toen ik wegging zeiden ze: ik ben blij dat je oprot en je mag van mij hartstikke dood vallen."